Geschiedenis van het tennis

Tennis_geschiedenisDe oorsprong van het huidige tennis is moeilijk exact aan te geven. In het algemeen wordt aangenomen dat het afstamt van een Frans balspel Jeu de Paume, een soort kaatsspel waarbij een bal met de blote hand werd geslagen. Ergens rond 1500 werden hulpmiddelen geïntroduceerd  zoals een handschoen en later een slaghout waar men in de lage landen schapendarmen in verwerkte als bespanning.

Rond 1600 was het tennis, dat vele varianten kende, de populairste sport in Europa. En een sport waarin, net als nu, vaak om veel geld werd gespeeld. Daaraan dankt het waarschijnlijk ook de merkwaardige telling. Omdat men in de late middeleeuwen het getal zestig als uitgangspunt nam – we zien dit nu nog steeds terug in de tijdrekening en de gradenboog – speelde men om 60 ‘centen’. Elke punt was was een ‘kwartje’ en dat leidde tot de telling: 15 – 30 – 45 en tenslotte: spel (60). Er wordt ook wel gesuggereerd dat de telling de wijzers van een uurwerk volgt. De 45 (quarante cinque) werd voor het gemak afgekort tot 40 (quarante), wat wij nu nog steeds gebruiken.

Pas in 1873 heeft het tennis zijn huidige spelregels gekregen. De Engelse majoor Walter Clopton Wingfield destilleerde uit alle varianten een aantal regels die snel in populariteit wonnen. Vooral omdat hij complete tennissets, met paaltjes, een net, ballen én zijn spelregels naar al zijn relaties over de hele wereld stuurde. Zo werd zijn versie van het spel snel de standaard en kon in 1877 het eerste internationale tennistoernooi gespeeld worden op de crocketvelden van Wimbledon. In 1881 volgde het Amerikaanse kampioenschap, in 1891 het Franse en in 1905 het Australische.

Lees meer over de geschiedenis van de tennissport op de website van de KNLTB